Tussen 1900 en 1910 zijn veel Nederlanders werkzaam in de naburige Duitse haven Emden. Er varen passagiersschepen maar dit betreft hoofdzakelijk plezierreizen in de zomer. De noodzaak voor een reguliere passagiersdienst, gedurende het gehele jaar,  is voor Egbert Wagenborg duidelijk.  Er wordt door machinefabriek Van Dam en Gorter uit Uithuizen een riviersleepboot omgebouwd tot passagiersschip die de naam “Anna Meika” krijgt. Op 15 mei 1905 opent de lijndienst voor passagiers- en goederenvervoer tussen Delfzijl en Emden. Tevens vaart de “Anna Meika” vanaf 1907, drie keer per week naar Borkum. Wagenborg’s Passagiersdiensten is een feit. In 1908 wordt naast de “Anna Meika” een echt passagiersschip in de vaart genomen, namelijk het stalen stoompassagiersschip met de  naam “Vooruitgang”. Niet lang hierna wordt de “Anna Meika” onder de naam “Vooruitgang II” weer toegevoegd aan de vloot sleepboten. De “Vooruitgang II” wordt in 1911 verkocht waardoor de naam vrijkomt voor een nieuwe “Voortuitgang II” .

De Vooruitgang II heeft het belangrijke beeldmerk van de rederij bepaalt. Oorspronkelijk heeft dit schip drie witte banden in de zwarte schoorsteen. Nadat één van de banden door roest aangetast op het dek valt, zegt Egbert dat twee banden ook “mooi zat is”. Ook varen de schepen in die tijd onder een eigen rederijvlag. Hierin zijn de Delfzijlse kleuren rood-wit-rood in diagonale vlakken verdeelt. De witte linker en rechter vlakken worden achtereenvolgens gesierd met de letters EW en DZ. Uiteindelijk krijgt de zwarte schoorsteen  met de twee witte banden een plaats in het midden van de vlag.

Deel deze pagina