Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in mei 1940 heeft grote gevolgen voor de transportlijnen over zee. Weinig reders voelen er voor om op in oorlog zijnde landen te varen, bovendien is er gevaar voor mijnen. Na verloop van tijd normaliseert de situatie enigszins. Groninger motorschepen onderhouden wederom een geregelde vaart van de Oostzee naar Delfzijl. Lading bestaat uit gezaagd hout. Delfzijl wordt een populaire transito haven. De eerste jaren is er een druk scheepvaartverkeer. De werkzaamheden in de kantoren Rotterdam en Amsterdam lopen terug. Uiteindelijk wordt besloten genoemde kantoren te sluiten.

In de jaren veertig wordt, op de plaats waar tot dat moment hotel-restaurant “De Beurs” gevestigd is, een nieuw scheepvaartkantoor gebouwd. Op het dak wordt een uitkijkpost geplaatst. Dit heeft tot doel de waterklerken in staat te stellen om de op de Eems varende scheepvaart op grote afstand te signaleren. Bij binnenkomst is het laden en lossen administratief dan al geregeld. Het kantoor is ontworpen door de Groningse architect J. Beckering Vinckers en het beeld van een grotendeels naakt vrouwenfiguur (symbool van de zee)boven de ingang is van de hand van  kunstenaar Willem Valk. Tijdens de sobere opening van het kantoor biedt het personeel de directie een schilderij aan van de nieuwste aanwinst, de coaster “Favoriet”.

De kustvaart wordt in de oorlog sterk gereglementeerd en gecontroleerd. Men wordt geconfronteerd met vorderingen wat betekent dat de Duitsers schepen aan de eigenaren ontnemen om vervolgens in te zetten voor eigen doeleinden. Soms worden de schepen verbouwt om ingezet te worden voor militaire doeleinden. Het schip “Favoriet”, gebouwd door scheepswerf Sander te Delfzijl, wordt in 1941 door de Duitsers gevorderd om vervolgens in april 1942 te vergaan bij Saint Malo.

Het nieuwe kantoor aan de Marktstraat is nog maar nauwelijks ingewerkt als het pand in augustus 1942 door de Duitsers wordt ingevorderd. Het gebouw wordt gebruikt als hospitaal.

Het schip “Hollandia”, zo werd na de oorlog bekend, speelt een grote rol in het verzet.  Het schip, met kapitein Roossien aan het roer, wordt ingezet door de verzetsgroep Zwaantje om via een ontsnappingsweg over zee het neutrale Zweden te bereiken. Aan boord kunnen makkelijk mensen worden verstopt. Op de terugreis neemt het schip zenders voor de illegaliteit mee. De verzetsgroep wordt uiteindelijk verraden.

Na de bevrijding worden kantoren en woningen schoongemaakt, gaan diverse eigenaren in heel Europa op zoek naar de schepen die de Duitsers hadden gevorderd en worden buitenlandse relaties weer aangeknoopt.

Deel deze pagina